Internet Protocol versie 6, de opvolger van Internet Protocol versie 4, zou ondertussen door een aantal organisaties geïmplementeerd moeten worden aangezien de huidige reeks van beschikbare adressen zienderogen afneemt. Niets is echter minder waar… Om implementatie van IPv6 te stimuleren zijn door verschillende overheden (waaronder de Nederlandse overheid) verschillende stimuleringsmaatregelen bedacht om implementatie van IPv6 te stimuleren. Een van deze maatregelen die de Nederlandse overheid in werking heeft gesteld, zijn de zogenoemde IPv6 awards. De uitreiking van deze awards zou plaats vinden op 18 november aanstaande. Zou, want deze is afgelast wegens een gebrek aan inzendingen waardoor er “een gebrek is aan competitie” volgens een van de organisatoren, Erik Huizer.
Apart, want volgens berekeningen zou het aantal adressen in 2011 volledig verdampt zijn waardoor er vanaf dat moment (zonder implementatie van IPv6) geen nieuwe publieke IP adressen meer uitgegeven kunnen worden. Naast een vele malen grotere adresreeks, biedt IPv6 ruime mogelijkheden in beveiliging, autorisatie en authenticatie op netwerkniveau.
In implementatie van IPv6 zijn nog vele uitdagingen waarbij niet de minste uitdaging ligt in het geschikt maken van administratieve systemen voor het registeren van IP adressen in het formaat van IPv6.

5 reacties
Bas van Steen 8 november 2009 om 21:43
Er zijn twee vragen die me te binnenschieten als ik dit lees. Wat gebeurd er als de IP adressen op zijn, wie is de dupe? En is er op een of andere manier concurrentie voordeel mee te behalen door er wel in te investeren? Of kan het naast elkaar bestaan zodat als een paar grote spelers erin investeren de overige niet te hoeven investeren, omdat er dan voorlopig weer voldoende adressen zijn?
Maarten van Strien 10 november 2009 om 19:07
Betekent dit dat internet binnenkort uit haar voegen barst? Emile, misschien leuk als je het artikel aanvult met de knelpunten rondom de implementatie. Ik snap namelijk niet wat er zo moeilijk aan is!
Emile Bons 12 november 2009 om 14:39
Maarten; het is lastig om in een kort artikel als deze uit te wijden op alle knelpunten rondom de implementatie. Het is wel interessant om te zien dat er vele knelpunten bekend zijn en beschreven zijn in een groot aantal artikelen maar dat slechts zelden aandacht wordt besteedt aan administratieve systemen van bijvoorbeeld ISP’s waarin deze IP adressen opgenomen worden en die dus ook aangepast moeten worden. Andere knelpunten liggen voornamelijk op ‘onzichtbare’ gebied als switches, routers en netwerkmanagement software. Verder kun je je voorstellen dat er een groot aantal applicaties zijn die gebruik maken van het IP en IP adressen opgenomen hebben die hierop aangepast zullen moeten worden. Uit zijn voegen barsten klinkt bassaal maar daar komt het wel op neer.
Bas: naast elkaar is zeker een mogelijkheid, hier zijn talloze manieren voor bedacht waaronder zogenoemde ‘tunneling’ (IPv4 in IPv6 of andersom). Concurrentievoordeel is zeker te behalen door op tijd te beginnen met implementatie omdat er talloze bedrijven zijn die zich voor het aanwnden van partners graag associeren met meer innovatieve bedrijven waarvan het vroeg adopteren van IPv6 een vorm is. Daarnaast zou het voor bedrijven die bezig zijn met de implementatie van bijvoorbeeld een nieuw netwerk tussen bijvoorbeeld vestigingen een rede kunnen zijn om zich goed voor te bereiden op de toekomst en geen dubbele investeringen te hoeven doen.
hansloomans 18 november 2009 om 10:31
Emile, goed dat je aandacht besteed aan dit ‘oude’ probleem. Al jaren ligt het tekort aan IPv4 adresruimte op de loer. Ik zal toelichten hoe de uitgifte van IP adressen geregeld wordt en waar de voornaamste knelpunten liggen voor de acceptatie van IPv6.
Waar 10 jaar geleden gemakkelijk grote stukken IPv4 adresruimte aangevraagd konden worden (zo heeft de UvT een class B netwerksegment met ongeveer 24.000 IP adressen), gaat dat de laatste jaren een stuk lastiger. De uitgifte van IP adresruimte wordt geregeld door de Internet Assigned Numbers Authority (IANA). Die heeft de uitgifte gedelegeerd naar 5 regionale registry’s (RIRs), waaronder RIPE NCC dat verantwoordelijk is voor de regio EMEA.
De meeste particulieren hebben niets te maken met de uitgifte van IP adressen. Providers verzorgen de aanvraag en kennen de IP adressen, al dan niet dynamisch, toe aan een verbinding. Pas bij een zakelijk verbinding met meerdere IP adressen, of indien een organisatie zelf ‘provider’ is, moet men zelf een aanvraag indienen. De RIPE heeft uitgebreide reglementen waarin aangegeven staat voor welke diensten een apart IP adres mag worden aangevraagd. Zo is het al lang niet meer zo dat elke website of domeinnaam een uniek IP adres gebruikt. Bovendien moet bij de aanvraag van adresruimte aangeven worden hoeveel adressen binnen 1 tot 3 jaar ook daadwerkelijk in gebruik genomen gaan worden, en aangetoond worden dat eerder toegewezen adresruimte ook daadwerkelijk al benut is. Het is (nog) zo dat de aanvraag van IP adressen vrijwel gratis is.
Op dit moment beginnen de adressen op het hoogste niveau al aardig ‘op’ te raken. Veel providers en organisaties hebben zelf echter nog voldoende adresruimte beschikbaar. Op het moment is het dus nog geen enkel probleem om (relatief kleine) blokken met IP adressen aan te vragen. De meeste organisaties gebruiken de adresruimte ook (nog) niet optimaal, en kunnen met de huidige hoeveelheid adresruimte nog prima vooruit. Daarnaast is het van sommige blokken niet duidelijk of ze in gebruik zijn (door historische redenen), of hebben grote organisaties nog blokken IP ruimte ‘liggen’ uit de tijd dat men er nog vanuit ging dat 4 miljard adressen wel voldoende zou zijn.
De voorlopige conclusie is dus dat er nog adresruimte beschikbaar is, en met name eindgebruikers nog geen problemen ondervinden met het gebruik van IP adresruimte. Duidelijk is echter wel dat de adresruimte steeds schaarser wordt en de noodzaak voor adoptie van de opvolger van IPv4 er daadwerkelijk aan komt.
Dan over IPv6. Het internet bestaat uit ontelbare aan elkaar geschakelde netwerken. Denk daarbij niet alleen aan je eigen thuisnetwerk, maar ook bedrijfs- en universiteitsnetwerken, de netwerken van providers en intercontinentale verbindingen. Hoe raar het ook klinkt, voor de grote providers en organisaties bestaat ‘het internet’ niet uit een eenvoudige netwerkstekker die je in de muur prikt, maar uit een netwerk met routeringen en contracten met verschillende ‘upstream providers’. Om IPv6 succesvol te gebruiken moeten niet alleen eindgebruikers, maar alle tussenliggende schakels en netwerken ook ondersteuning hebben voor IPv6. Op dit moment is het aanbod aan IPv6 diensten nog zeer beperkt en is het nauwelijks mogelijk (thuis) een IPv6 verbinding te krijgen. Veel netwerkapparatuur die bij organisaties in gebruik is heeft eenvoudigweg nog geen ondersteuning voor IPv6. Ter illustratie: het IPv6 verkeer over de grootste internet-exchange (AMS-IX) ter wereld bedraagt op het moment van schrijven ongeveer 1,2 Gbps, terwijl op hetzelfde moment zo’n 530 Gbps aan IPv4 verkeer wordt uitgewisseld tussen providers (13 november 2009). Totaal niet significant dus.
Gelukkig zijn er ook kleine lichtpuntjes: er ontstaan steeds meer initiatieven om de IPv6 adoptie te bevorderen. Zo heeft afgelopen jaar een provider (BIT) al zijn concurrenten gratis IPv6 verkeer aangeboden en heeft Google zijn diensten beschikbaar gemaakt via IPv6. We hebben echter nog een lange weg te gaan. De verwachting is dat pas als de adresruimte op begint te raken en eindgebruikers niet langer (bijna gratis) IPv4 adresruimte kunnen aanvragen de adoptie van IPv6 écht op stoom gaat raken.
Emile Bons 20 november 2009 om 13:00
Hans, dank voor de volledige toelichting. Ik onderschrijf jouw verwachting volledig maar heb mij zoverre vooral gefocussed op hoe de adoptie eruit ziet (in het kader van adoptiecycli en adoptietheorieen) en welke knelpunten hierbij overwonnen moeten worden. Daarnaast heb ik geprobeerd een ‘business case’ te schetsen door een afweging te maken tussen voor- en nadelen van adoptie van IPv6.
Bovenal is het gewoon boeiende materie waar velen / allen (direct of indirect) mee te maken krijgen en waar de komende jaren (op hét moment) nog wel een en ander over geschreven zal worden. Het meest boeiende vind ik echter dat velen weten dat dit moment er aan komt en maar weinigen zich hier op voor lijken te bereiden.
Jouw reactie