Dit artikel verscheen eerder in Editie 1 – Jaargang 10 – van het .ego magazine.
Sociale media zijn, hoe je het wendt of keert, nog steeds een hot item. Vele workshops worden gevuld met het leren twitteren, het krabbelen en het facebook-en. Vele media schrijven ronduit over uitingen door gebruikers binnen sociale media en ook het .ego magazine kon hierin niet achterblijven. Sociale media, of op zijn Engels: social media, kent haar oorsprong in 1997 toen een eerste netwerk (Six Degrees) claimde een sociaal netwerk te zijn. Nu, 13 jaar later, heeft het .ego magazine zes stellingen waarop zij een viertal experts in dit gebied heeft laten reageren: Bibi van den Berg van de Universiteit van Tilburg, Alex van Leeuwen van Buzzcapture, Ronald Sutmuller van UPC en Wouter Glaser van Hyves.
We zullen zien dat de meningen over privacy nogal verdeeld zijn, wat in de context van de experts wellicht te verklaren is. We zullen in dit artikel ook leren dat het niet per se het geval hoeft te zijn, dat de lokale sociale media uit zullen sterven.
Stelling 1: Sociale netwerken zijn voor organisaties een belangrijk medium om op in te spelen.
Eens, zo stelt Van Leeuwen (Buzzcapture). Hij maakt hierbij het onderscheid tussen web 1.0 en web 2.0, waarbij web 1.0 volgens hem vooral werd gebruikt om een efficiëntieverbetering te bewerkstelligen. Voorbeelden hiervan zijn het bieden van de mogelijkheid om klanten een e-mail te laten sturen in plaats van een brief en het online boeken van een reis bij een reisbureau in plaats van fysiek bij het reisbureau zelf. Web 2.0, zo stelt hij, maakt dat gebruikers zich steeds meer online begeven. Denk hierbij aan de tijd die doorgebracht wordt op sociale media. Doordat gebruikers, daarmee potentiële klanten, zich steeds meer binnen sociale media bevinden, moeten organisaties wel inspelen op deze sociale media. De beslissing om een aankoop te doen wordt, volgens hem, niet meer gemaakt zonder daarbij gebruik te maken van de meningen die anderen delen binnen sociale media.
Absoluut, zo stelt Sutmuller. Je moet daar zijn waar je klant is. Dit is voor UPC belangrijk om de mening van haar klanten te polsen en om te stimuleren dat er zoveel mogelijk discussie wordt gevoerd op basis van de werkelijkheid in plaats van onjuiste feiten. Bovendien stemmen veel consumenten hun productkeuze af op de mening van andere consumenten op sociale media; een reden temeer om op deze media actief te willen zijn. Een voorbeeld hiervan is de introductie van glasvezel; veel consumenten worden nu overgehaald om over te stappen op glasvezel. Voor UPC is het van belang om te benadrukken, onder meer via sociale media, dat het verschil tussen kabel en glasvezel niet enorm is.
Bibi van den Berg (Universiteit van Tilburg) is het hier ook mee eens. Zij geeft aan dat sociale netwerk sites in de afgelopen jaren een onvoorstelbaar snelle opmars hebben gemaakt. Als aanvulling op de meer traditionele communicatiemedia voegen sociale media hier volgens haar duidelijk een dimensie aan toe. Deze sites hebben globaal twee doelen: ze stellen gebruikers in staat om zichzelf te presenteren en bieden gebruikers de mogelijkheid om in contact te komen met bekenden en minder bekenden. Door de populariteit van sociale netwerken is het niet verwonderlijk dat ook bedrijven zich afvragen of ze hierop in moeten spelen. Van den Berg haalt het voorbeeld ‘targeted marketing’ aan waarbij sociale netwerken goed van dienst kunnen zijn in het aanreiken van de juiste doelgroep, juist omdat gebruikers veel informatie over zichzelf delen. Een tweede reden is de mogelijkheid om sociale netwerken te gebruiken voor ‘branding’. Door een groep op te richten binnen een sociaal netwerk is het eenvoudig om gebruikers te binden aan je merk, product of dienst. Een derde reden, vooral van toepassing op grote organisaties, is het gebruiken van sociale media om medewerkers met elkaar in contact te laten treden: ze kunnen zo contact met elkaar houden en op de hoogte worden gebracht over ontwikkelingen binnen de organisatie. Tot slot kunnen organisaties sociale netwerken gebruiken om een sneeuwbaleffect te bewaken over eventuele negatieve uitingen over haar producten of diensten. Van den Berg wil wel opmerken dat het van belang is dat organisaties een afweging maken tussen de baten en de kosten als het gaat om het investeren in sociale netwerken.
Absoluut, zo stelt Glaser (Hyves). In aanvulling op Van den Berg geeft hij aan dat sociale netwerken ook door overheden te gebruiken zijn om bewustwording over een bepaald onderwerp te vergroten. Hij haalt hierbij het voorbeeld van de ‘donorcampagne’ van Hyves aan waarbij in de eerste vier weken al 25.000 registraties werden opgenomen in het donorregister; het drievoudige in vergelijking met ‘de Nationale Donorshow’ die BNN onlangs organiseerde.



Jouw reactie